Interview Ben van der Heijden

  • wat is jou ervaring met het geloof?

Ik ben tot bekering gekomen toen ik bij de marine zat. Van huis uit ben ik tien jaar lang misdienaar geweest in de katholieke kerk. Bij de marine deed ik niets meer met het geloof en toen kwam ik in een lastigere periode. Toen ben ik opnieuw over het geloof gaan nadenken. Door vrienden die ook bij de marine zaten werd ik uitgenodigd om naar een bijbelgroep te komen. Daar lazen we in de bijbel Johannes 10 en het leek op dat moment alsof God direct tot mij sprak. Vanaf dat moment kreeg ik een persoonlijke relatie met God, wat ik daarvoor nooit zo had ervaren. Mijn geloof en mijn relatie met God is belangrijk voor mij, omdat het ook echt iets is waar ik iets mee heb.

 

  • Wat wilde jullie mij meegeven?

Dat je God persoonlijk mag kennen en hij jou persoonlijk kent en wilt helpen. Het belangrijkste is een relatie met God. Geloof is niet iets saais of vervelend in je leven. Het maakt je leven juist vol. Mensen die God leven niet echt.

 

Interview Hannelies van der Heijden

  • wat is jou ervaring met geloof?

Met religie heb ik niets, maar wel een persoonlijk geloof als persoon, waarin mijn opa de Bruijn en de dominee een hele belangrijke rol in hebben gespeeld. Ik mocht mijzelf zijn in de kerk. Ik was een jaar of 5/6 bij de gereformeerde kerk waar mijn opa bij zat en die dominee was baby’s aan het dopen. Ik rende naar voren en de dominee accepteerde dat, terwijl dat normaal absoluut niet de bedoeling was. Tot mijn 13de deden we weinig met het geloof, maar het zat gewoon in mijn hart. Ik deed hele verhalen vertellen aan God, terwijl ik aan het schommelen was. Dat had ik later pas door, toen ik bij de pinkstergemeente kwam toen ik 13 was. En daar ervoer ik hetzelfde als wat ik toen als kind had ervaren.

Toen ik 13 was zaten we als gezin in een problematische periode, mijn vader was verslaafd aan medicijnen en bracht mijn familie in gevaar. Ook was mijn moeder toen veel overspannen. Ik begon juist dat moment meer voor mijn geloof uit te komen. Ik bekeerde me ook echt toen het bij ons thuis begon te escaleren. Toen het echt geëscaleerd was, was ik 17/18 jaar en ik merkte echt dat door mijn geloof ik door de periode heen was gedragen als het ware. Toen ik mijn man leerde kennen kreeg ik post traumatisch stress syndroom door de beelden van vroeger. Ik zie Jezus als een voorbeeld in mijn leven. Juist in de alledaagse dingen.

Ik maak een bewust verschil tussen religie en geloof. Religie heeft te maken met wetten, mensen leggen elkaar lasten op om behouden te worden, maar dat kan alleen door de liefde van Jezus.

Mensen zoeken vooral vrede, er is iets dat zoekt naar iets, naar iets goddelijks en voor sommige mensen is die god zichzelf. Voor hun kan het van alles zijn. Ze leggen zichzelf wetten op en worden obsessief en fanatiek.

 

Wat wilde jullie mij meegeven?

Een persoonlijke relatie met God en ik hoop ook dat ik dat heb kunnen doen, door bijvoorbeeld te lezen uit de Bijbel. Dat is het belangrijkste. Dat hebben we zo goed als kon bij gedacht. Je moet er zelf voor kiezen om een persoonlijke relatie met God te hebben, dat kunnen wij je niet opleggen, wel kunnen we daarop hopen en waar kan leiden.


‘Vragen stellen is goed’

‘Joods zijn kenmerkt een groot deel van wie ik ben’, vertelt rabbijn Sebbag, ‘ het is een leefstijl, mijn traditie en het behoort tot mijn geloof.’ Menachem Sebbag is hoofdrabbijn bij de Nederlandse krijgsmacht, daar geeft hij leiding aan de twee andere rabbijnen. De rabbijn is getrouwd en heeft samen met zijn vrouw en een tweeling van 18 jaar oud.

Vanuit huis is de rabbijn orthodox opgevoed en opgegroeid met de joodse leer en tradities, zo groeide bij hem de wil om zijn leven te wijden aan pastorale zorg. Pastorale zorg houd in dat er vanuit een geloofsovertuiging geestelijke zorg word gegeven aan mensen. Zo kan een pastorale werker advies geven over bepaalde situaties of alleen een luisterend oor beiden. ‘Ik hoefde niet per se rabbijn te worden, maar was wel op zoek om iets te doen met mijn leven om iets voor iemand te betekenen.’ Als publiek figuur heeft Sebbag dagelijks gesprekken met mensen die een ander geloof hebben of een andere visie op het jodendom heeft. ‘Ik kijk naar de schepper en zijn schepsel. We zijn allemaal schepsels van God, elk mens en iedere boom.’ Mensen die niet hetzelfde geloven als Sebbag zijn in zijn ogen hetzelfde, iedereen is gelijkwaardig en heeft een eigen levensweg. ‘Ik ben bedoelt om iemand te ondersteunen in het leven. Ik heb even veel verplichting naar mijn buurman als mijn gezin. Het is allemaal een deel van Gods plan in mijn leven’

Net als de meeste joden houd ook Rabbijn Sabbeg zich aan de sabbat. Hij beschrijft de sabbat als een dag om al het tijdelijke even los te laten. ‘De sabbat is niet een rustdag als lekker uitslapen. Ik probeer mij dan te focussen op het spirituele. Alle elektronische apparatuur, zoals de tv en de telefoons gaan uit.” Met zijn zonen en vrouw zitten ze dan om de tafel en filosoferen over het geloof en hebben het over de dingen die duren in het leven. ‘Als je geen vragen stelt dan krijg je ook geen antwoorden. Het is daarom goed dat jonge mensen vragen hebben over het geloof.’ Zo legt Sabbeg ook uit dat als iedereen geen vragen stelt dan blijven we allemaal op onze eigen eiland, maar wanneer we vragen stellen dan gaan mensen communiceren. ‘Mensen komen met vragen stellen tot elkaar.’

Twijfelen over het geloof doet Rabbijn Sabbeg elke dag. ‘Als je iets weet dan twijfel je niet, maar als je gelooft dan twijfel je elke dag.’ Zo legt hij uit dat geloof volgens hem niet iets is dat je van buitenaf moet zoeken, maar dat het iets gevoelsmatig is. Het is volgens hem dan ook geen wetenschap, met wetenschap weet je iets zeker. Zo kan Sabbeg zijn geloof wel onderbouwen met dingen vanuit praktijk, maar het geloof is bij hem gevoelsmatig. ‘Geloven in het godsbestaan is nooit bedoelt als wetenschap, maar bedoelt als uitdaging om ondanks de twijfel wel te geloven.’


Een kerk met een merk

Als de dienst begint kijk ik om mij heen, waar in mijn eigen kerk mensen met uiteenlopende leeftijden zie zitten, zijn er in deze kerk voornamelijk mensen tussen de 25 en 40 jaar. En waar in mijn eigen kleine kerk zo’n zeventig volwassenen zijn, staan er hier elke zondag in totaal 1100 mensen op de been. Een voor een staat iedereen voor de grijze opklapstoelen voor het podium, terwijl de band nummers zingt van het laatste album van Hillsong United: No Other Name.

Voordat de kerkdienst begint, verzameld iedereen zich voor de deuren van de Escape op Rembrandtplein in Amsterdam. Bij de blauwe vaandels met de naam Hillsong erop, vormen verschillende groepen die met elkaar kletsen. Iedereen zoekt contact met elkaar. Zelf sta ik vooraan bij de deuren en begin wat te kletsen met een van de mensen die bij het welkomteam hoort die mij welkom heet en vraagt of ik hier voor het eerst ben. Wanneer de deuren zich openen gaan de groepen rustig aan naar binnen om een plek te vinden in de club van Escape. De grijze stoelen worden een voor een bijna allemaal worden gevuld. Waar ik gewend ben dat jongeren achterin de kerk zitten, zitten ze hier juist allemaal het liefst op de voorste rij.

Deze kerk die van oorsprong in Australië is begonnen onder de leiding van Brian Houston is uitgegroeid tot een merk. Een merk dat zich met een muziekband en met kerken heeft verspreid over de hele wereld en ook in Amsterdam een locatie heeft. De kerk in Amsterdam wordt geleid door Richard van der Kolk en zijn vrouw Debbie. Zij begonnen enkele jaren in de binnenstad van Amsterdam met een groep van 100 mensen.

Nu staan er elke zondag 1100 mensen in de Escape en komen er zelfs mensen vanuit België naar de hoofdstad van Nederland, om bij een kerkdienst te zijn in een nachtclub vol passie met de nummers mee te zingen en aandacht op te letten tijdens de preek en ook ik zing met de nummers mee, die ik al zo vaak eerder met de cd mee heb gezongen.


 

“Elk mens heeft een eigen waardigheid en respect”

Als het over de islam gaat dan gaat het al snel over de geboden in de religie. Zo mogen mannen vrouwen geen hand geven en moeten vrouwen een hoofddoek dragen. Maar in de islam zijn er veel verschillen in hoe een moslim zijn geloof ziet. Sangar Paykhar en Mansur Sayed zijn allebei moslim afkomstig uit Afghanistan, maar Sangar praktiseert alle regels van de koran en Mansur die ziet het niet als noodzakelijk om alle regels te volgen.

 

Een verschil dat opvalt van de Nederlandse en de islamitische cultuur is dat sommige moslims geen hand geven aan vrouwen, zo ook Sangar. ‘Ik geef vrouwen geen hand, omdat in de islam er duidelijke omschrijvingen zijn hoe je met elkaar moet omgaan.’ Zo legt hij uit dat er in de Koran staat dat alle kinderen van Adam zijn geschonken met waardigheid en respect. ‘Iemand die geen bloedverwant is of niet getrouws is moet je niet aanraken, dan laat je elkaars respect intact.’ Hoewel Mansur begrijpt waar de gedachte vandaan komt, geeft hij vrouwen juist wel een hand. ‘Ik denk niet dat een hand geven de integriteit beschadigt, ik geef juist liever wel een hand.’ Mansur vertelt wel dat hij een gelovige niet zo snel een hand zou geven, tenzij ik weet dat het bij haar wel kan.

 

Wanneer het gaat over vrouwen die hoofddoeken dragen dan legt Sangar uit dat niet alleen vrouwen zich op een bepaalde manier moeten kleden maar ook mannen. Zo mogen mannen geen strakke kleding dragen en zich niet scheren, net als dat vrouwen geen strakke kleding mogen dragen. ‘Je moet geen aandacht trekken met strakke kleding, want dat is niet kuis. In de Koran staat dat mensen die kuis zijn en schaamte hebben, rein zijn.’ Mansur volgt niet alle regels zoals Sangar, doordat hij deels is opgevoed door zijn moeder en zijn Nederlandse stiefvader, heeft hij zich minder verdiept in de Koran dan Sangar. ‘Doordat ik ver van mijn familie woon sta ik ook anders in het geloof. Als je dichtbij familie woont dan doe je meer met het geloof’, legt Mansur uit. Zo vertelt hij verder dat er dan meer dingen van je word verwacht. ‘Je hebt respect naar je familie, dus luister je naar wat ze zeggen.’

 

Hun omschrijving van moslim komt voor een deel wel met elkaar overheen. Voor Mansur is het om het verschil te weten tussen goed en kwaad en dan altijd het goede te doen. ‘En het allerbelangrijkste is om te geloven dat Allah bestaat’, voegt Mansur daar dan nog aan toe. Voor Sangar is moslim zijn: ‘overtuigd zijn, het geloof uitspreken en naar het geloof handelen.’

 


 

‘Alles wat is gebeurd is gewoon te zien’

‘Eigenlijk is het hindoeïsme de meest monotheïstische godsdienst’, begint de 72-jarig Prim Jagdewsing uit te leggen over het hindoeïsme. ‘We geloven in een natuurlijke schepping en die heet Brahma.’ Terwijl heel veel mensen denken dat er in het hindoeïsme ontelbaar veel goden zijn, is er eigenlijk maar één God in het hindoeïsme. ‘Net als het christendom geloven wij in een drie-eenheid.’ Dat houd in dat een God drie kanten van zich laat zien. Bij het hindoeïsme is dat Brahman, Vishnu en Shiva. Die drie hebben allemaal manifestaties. ‘De twee belangrijkste en populairste manifesties zijn Krishna en Rama.’

‘Altijd op het moment dat het kwaad over het goede heerste, dan kwam er een manifestatie. Rama heeft het grootste werk gedaan, hij gaf ons de leer hoe jij als mens het meest optimaal kan functioneren en heeft de menselijke beschaving gebracht. Vroeger was iedereen polygaam. Hij voerde de gelijkheid tussen vrouw en man in, want als een man zes vrouwen mag hebben, waarom zou een vrouw dan geen zes mannen mogen hebben? Ook zorgde hij voor het verschil tussen kwaad en goed. Rama werd als prins voor 14 jaar verbannen naar het oerwoud. Met het lichtjesfeest dat pas is geweest vieren we zijn terugkomt vanuit ballingschap.’

‘Mijn favoriete verhaal is het verhaal waarin de mens aan God vraagt: ‘Wat is het verschil met mij en U?’ God antwoordde daarop: ‘Jij moet daden doen en ik niet.’ Waarop de mens reageerde ‘maar wat als ik dat niet wil?’ En God antwoordde daarop: ‘stop dan maar met ademen.’ Het gesprek zou plaats hebben gevonden tussen de grootste boogschutter van de dynastie die Krishna steunde in de strijd tegen de andere dynastie die volgens het verhaal het kwaad zelve was. Net als Rama heeft Krishna het kwaad vernietigd, alleen dat was veel later dan Rama. Krishna zou 5000-6000 voor Christus hebben bestaan. Ook op dat moment was er een slechte koning die niets goeds in zich had. ‘Krishna heeft toen als kind zijnde het kwaad overwonnen.’ Krishna heeft meerdere keren geholpen met het vernietigen van het kwaad.

Met veel enthousiasme vertelt Prim hoe hij in 2,5 week tijd negen pelgrimstochten heeft gemaakt. ‘Alles is zo goed bewaard dat je nog precies kan zien waar het gevecht tussen de twee dynasties zijn gehouden. Alles wat is gebeurd, kan je gewoon nog zien zoals het toen was.’


 

‘Elk geluid is afleiding’

We zitten in een kamer met lichte muren en papieren ramen, zoals je inbeeld dat ze hebben in Aziatische landen. In de linkerhoek tegenover de deur staat een beeld van Siddhartha Gautama de vierde Boeddha van het Boeddhisme. Op de grond liggen kussens waar we allemaal een voor een plaats opnemen. We zijn hier allemaal voor een les zenmeditatie, behalve ik. Omdat ik christen ben doe ik niet mee aan zenmeditatie, ik ben van mening dat het iets is, dat voor de boeddhisten is en in ieder geval niet iets is waar ik mij in moet mengen.

In de les die we een dag voor de meditatie hadden, hebben we het een en ander geleerd over Boeddhisme. Zo zijn er argumenten voor dat het geen religie zou zijn, maar er zijn ook veel argumenten dat het wel een religie is. Tijdens de les zenmeditatie wordt in het begin door onze “zenmeester” vertelt dat het Boeddhisme een religie is, maar minuten daarna vertelt hij het tegenover gestelde, namelijk dat zenmeditatie universeel is en dat het een ander geloof niet hoeft te bijten. Dat is naar mijn mening de grootste onzin. Ik zoek niet naar verlichting zoals de boeddhisten doen. Als ik ergens naar zoek dan is dat naar rust en vrede, wat ik bij mijn God ervaar. Misschien is het wel dat ik geloof om het onverklaarbare te verklaren, maar doen we dat niet allemaal op een manier? Net als dat atheïsten zeggen: “Er is geen God, want waarom bestaat er anders dingen zoals oorlog en ziekte?”

Als klas weten we vanaf het begin dat deze zenmeditatie op de planning staat. Vanaf de eerste les ben ik dan ook bezig na te denken wat ik wil gaan doen ermee. Ik doe namelijk de cursus religie en narrativiteit, omdat ik meer wil leren over de religies van anderen. Maar meer leren over andere religies betekent in mijn ogen niet dat je hoeft mee te doen. Ik heb voor de zenmeditatie ook van meerdere klasgenoten de vraag gekregen of ik mee zou doen aan de meditatie. Hoe graag ik wilde uitleggen waarom ik wel mee ging, maar niet mee zou doen kon ik op dat moment niet goed uitleggen, tot nu. Van kinds af aan geloof ik in het bovennatuurlijke en dat er in die wereld ook goede en slechte oorsprongen bestaan. Het was een onderwerp dat ook regelmatig voorkwam in gesprekken met mijn ouders. Mijn vader zei dan altijd: “Waarom stellen mensen zich open voor dingen, terwijl ze niet weten wat het is? En waarom gaan ze ervan uit dat bovennatuurlijke dingen altijd goed voor hun zijn?” Deze twee vragen zijn altijd bij mij blijven hangen maar op een natuurlijke manier. Wanneer ik het intuïtiegevoel had dat iets niet goed voor mij is, dan luister ik daar naar.

In overleg met de docent heb ik er uiteindelijk voor gekozen dat ik er wel bij zal zijn maar niet mee doe. Terwijl ik in de kamer zit dat blijkt nog behoorlijk ongemakkelijk te zijn, het is doodstil in de ruimte tijdens het mediteren. Normaal zou ik gaan schrijven, maar omdat elk geluid afleiding kan zijn om goed te kunnen mediteren zit ik zo stil mogelijk. Terwijl de rest bezig is met het mediteren, laat ik de ruimte op mij inwerken. Wat hangt er allemaal en wat staat er in de kamer.

Omdat ik schuin tegenover het boeddha beeld in de kamer zat, word mijn aandacht daar naar getrokken. Ik moet eraan denken dat als meditatie zo universeel is en niet met andere religies bijt, waarom staat er dan een boeddha beeld in de kamer? Dat is compleet tegenstrijdig. Een van de redenen waarom ik niet mee doe is omdat het voor mij aanvoelt als een soort van afgoderij. Er zitten ook betekenissen in het mediteren die mensen het liefste willen neutraliseren door te zeggen dat iedereen het kan doen en dat het niet bijt met andere religies. Maar de zoektocht naar leegte en de vier edele waarheden, die zijn zo belangrijk bij het mediteren en het boeddhisme, dat moet je niet proberen te verschuilen door te zeggen mediteren is universeel en geen andere religies bijt. Ik merk ook dat ik als christen het wel eens doe, terwijl juist het feit dat ik christen ben, onderscheid mij van niet-christenen. Door af te doen aan de dingen waar wij voor staan, doen wij eigenlijk ook afstand van een stukje van onze identiteit. Dat betekent niet dat onze identiteit helemaal niet kan veranderen. Onze identiteit is namelijk wel in beweging, want met alles wat we mee maken en met elke keuze die we maken groeit onze identiteit.

 


 

Precisie in Tai Chi

Op zwarte turnschoenen staat een kleine groep van vijf mannen en één vrouw staat in een gymzaal in de binnenstad van Hoorn. De hand gesloten in een vuist en de andere er plat tegen aan, met een kleine buiging naar elkaar toe laat de les nu echt beginnen.

Hoewel het op het eerste gezicht geen vechtkunst lijkt is Tai Chi toch een zelfverdedigingssport. ‘Je bent bezig jezelf vooral mentaal te trainen’, legt leraar Willem Hartog uit, ‘daardoor kan je beter anticiperen wat iemand gaat doen.’ Tijdens de les lopen de leerlingen stap voor stap naar voren. Met elke stap die ze nemen zie je ze nadenken over hoe ze hun voet neer moeten zetten. Ondanks dat ze geconcentreerd lopen, dreigen ze af en toe een beetje hun balans te verliezen. ‘Ontdek waar je de fout in gaat en ga anders nog rustiger lopen om het punt te vinden.’

Tai Chi komt vanuit het taoïsme waarbij innerlijke harmonie heel belangrijk is. Hartog voegt daaraan toe dat er wordt gekeken naar hoe je jezelf het beste kan optimaliseren. De groep gaat verder met vormen die worden aangegeven door Willem. Zo geeft hij de opdracht aan de groep ‘Pak de mus bij de staart’ en de groep doet op rustig tempo de opdracht uitvoeren. De groep krijgt vervolgens een reeks opdrachten en langzaam beweegt de ene arm langs de andere arm en stappen ze op hun turnschoenen rustig vooruit. Vervolgens worden er namen van bewegingen genoemd als ‘Breng de tijger terug naar de berg’ en ‘gooi het net uit’, termen die nietszeggend lijken, maar de groep doet ze een voor een uitvoeren.

Hoewel de hele ruimte zo stil is dat je een naald zou kunnen horen vallen, zijn de mensen tijdens de oefening zo geconcentreerd bezig, dat je ze haast hoort denken. De precisie die in het voetwerk en de bewegingen van de armen die gevraagd wordt, doet denken aan een balletles, totdat Willem een van de leerlingen vertelt om de armen hoog te houden, ter bescherming. ‘Het blijft een verdedigingskunst, net als boksen.’

 

Comments are closed.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.