Weekopdrachten Projectredactie Religie en Narrativiteit

Kylie Cowie (studentnummer 1506870)

Weekopdracht 1. Religie

‘Did God make your dinner?’

door Kylie Cowie

‘Toen Sam een jaar of zeven was zaten we met zijn allen aan het avondeten toen hij er ineens uitflapte: ‘God heeft alles gemaakt. De huizen en de beesten en het water.’ Met een voldaan gezichtje keek hij naar papa. Waarop je vader vroeg: ‘Did God make your dinner?’. Beduusd zei Sam: ‘Nee, mama.’ En daarmee was de kwestie uit de wereld.

Ik kom niet uit een religieus gezin. Mijn beide broertjes (Sam en Mitchell) en ik hebben wel op christelijke scholen gezeten. Hierdoor hebben mijn ouders ons zelf de keuze gegeven een eigen mening te vormen over geloof en God. Mijn stiefvader Theo Roes (49) komt uit een gezin waar geen plek was voor religie. Bij mijn Engelse moeder Dawn Fletcher (53) was dit een iets ander verhaal.

Dawn groeide op in een kleine gemeenschap (Eastern Green, onderdeel van de stad Coventry) in het midden van Engeland. ‘Ik ben gedoopt. Ik had daarin geen keuze. Jij niet. Ik wilde jou niet laten dopen, dat vond ik niet belangrijk. Mijn ouders daarentegen wel en ik kan mij nog goed herinneren dat die niet blij waren met die beslissing. Niet omdat het vanuit het geloof moest; ze waren zelf alles behalve religieus, maar omdat het hoorde. Wij waren, net zoals iedereen in het dorp, lid van ‘Church of England’ (de Anglicaanse kerk). Toen jouw oom en ik klein waren, gingen we altijd naar ‘sundayschool’ omdat dat deel uitmaakte van onze christelijke basisschool. Daar kregen we bijbelles en moesten we ’s ochtends bidden, maar thuis waren er geen uitingen van geloof. We gingen alleen met de feestdagen naar de kerk. Toen ik een jaar of vijftien was stopten we daar ook mee en maakte religie geen deel meer uit van ons gezin. Tot mijn eerste huwelijk met jouw vader. Ik ben toen wel getrouwd in de kerk. Zijn familie wilde dat destijds graag, dus deden we dat. I went with the flow. Zes weken lang moest ik op bezoek bij de voorganger. Ik had er niks mee, maar deed het toch. De tweede keer (trouwen) had de kerk of God helemaal niets met mijn huwelijk te maken, gelukkig.’

Dawn gelooft niet in een God. Wel denkt ze dat er ‘iets’ is. Maar wat dat ‘iets’ is, weet ze niet. ‘Het enige wat ik zeker denk te weten is dat er geen leven is na de dood. Voor mij is het echt seeing is believing. En tot nog toe heb ik niets gezien waardoor ik ga geloven.’

Mijn stiefvader is snel over dit onderwerp uitgesproken. ‘Mijn ouders mochten geen relatie hebben omdat mijn moeder protestant was en mijn vader katholiek. Hun beide families hebben hun relatie dus nooit erkend, waardoor ik mijn grootouders nooit heb leren kennen. Mijn ouders hebben daarom met elkaar afgesproken hun kinderen in een religieloze omgeving groot te brengen. Ik geloof nergens in. Ik denk dat religie voor een groot deel de oorzaak is van alle rotzooi in de wereld. Oorlogen, moorden. Heel zwart op wit, maar zonder religie zou de wereld een stuk mooier zijn.’

 

Weekopdracht 2. Jodendom

‘Het draait vooral om het samenzijn’

Door Kylie Cowie

‘Een paar jaar geleden ben ik met school naar Auschwitz geweest. Toen ik de bus uitstapte, barstte ik in huilen uit. Alle verhalen die ik van kinds af aan gehoord had, kregen ineens een plek. Pas toen ik al die barakken zag en de grootte ervan, kreeg ik een idee van de omvang van het vernietigingskamp. Een kamp waar ook mijn familie is omgekomen.’

Haar knalrode lippen glinsteren in de zon. Haar lichte huid steekt fel af bij haar donker geverfde haren. En haar blik is somber, als ze terugdenkt aan dat ene schoolreisje. Aviva Bing is een negentienjarige fotografe in Utrecht. Ze is joods, half Israëlische en atheïstisch.

Het gezin Bing komt oorspronkelijk uit Heiloo, Noord-Holland. Het is een modern joods huishouden. Van vaders kant uit. ‘Het is voor ons eerder een cultuur dan een geloof. Niemand in ons gezin gelooft in een hogere macht. Dat we Israëlisch zijn, maakt ons eigenlijk extra joods, maar geloven doen we niet. Mijn vader Mike is een tweedegeneratie slachtoffer; mijn oma heeft de oorlog overleefd’, vertelt Aviva. Dat het gezin niet gelooft, betekent niet dat ze er niet trots op zijn joods te zijn. ‘Ik herinner mij vooral veel gezelligheid, liedjes, verhalen en tradities uit mijn kindertijd. Ook al geloofde mijn oma na de oorlog niet meer, ze vond het erg belangrijk dat het leven, de joodse bloedlijn met de bijbehorende tradities, riten en mores doorgegeven zouden worden. Ik denk dat het overgrote deel van de joden in Nederland na de tweede wereldoorlog niet meer gelooft, maar ze zien het wel als een voorrecht om joods te zijn. Zou jij nog geloven in een God wanneer jouw hele soort is uitgemoord? De joodse cultuur is wat ze er doorheen heeft geholpen, niet het geloof’, aldus de fotografe.

De oma van Aviva overleed vier jaar geleden. De familie viel toen voor een gedeelte uit elkaar, onder andere door ruzies over erfenissen. Maar binnen het gezin Bing is het vasthouden aan de tradities nog sterk, vooral met de feestdagen. ‘Het draait vooral om het samenzijn, de gezelligheid, veel wijn drinken en veel eten. En dat eten is allesbehalve koosjer’, zegt Aviva met een grijns.

Je kunt aan het gezin Bing niet zien dat ze joods zijn. In huis hangen geen joodse attributen. Maar die heeft het gezin wel. ‘Alles wat we tijdens de feestdagen nodig hebben, ligt in een doos in de kast. Kleden, kandelaars, dat soort dingen. Het is niet weggestopt, maar de kerstspullen liggen ook op zolder als we ze niet nodig hebben’, zegt ze.

Aviva is een  jonge vrouw die precies weet wat ze wilt. Ze schrijft op jonge leeftijd al voor de regionale krant en ontdekt de camera ook al snel. Met een journaliste als moeder en een fotograaf als vader is het talent haar met de paplepel ingegoten. Naast een jonger broertje (Elon, 18) die nog thuis woont in Heiloo, heeft ze ook nog een halfzus (Eynat, 30, kind uit een eerder huwelijk van haar vader) in Israël. ‘Alle beelden die je op internet en televisie ziet, zijn voor mij geen ver-van-mijn-bed-show. Ik kan met Eynat aan de telefoon zitten, als ik op de achtergrond het luchtalarm af hoor gaan. Dat is eng. Heel erg eng. Ik probeer niet partijdig te zijn, maar de situatie is een hele moeilijke. Het is echt verschrikkelijk wat daar gebeurt, voor beide kanten. Maar ik geloof niet in het beloofde land; het is geen feit. Er moet daar een deal gemaakt worden, het moet uitgepraat worden. Maar ik ben bang dat dat nog lang gaat duren’, vertelt Aviva.

 

Weekopdracht 3. Christendom

Katholieke uitvaart met een toiletborstel

Door Kylie Cowie

Het is voor het begin van mei prachtig weer. De bomen en planten staan volop in bloei, de zon schijnt en het is aangenaam warm. Maar om mij heen staan mensen met een treurig gezicht. Een ieder is in het zwart gekleed, kijkt bedroefd en pinkt zo hier en daar een traan weg. Ik sta voor de rooms-katholieke parochiekerk Sint-Oswaldus in Zeddam, een klein plaatsje in de Gelderse Achterhoek, vlak naast Doetinchem. De kerk, zoals die er nu uitziet is, gebouwd in 1891, stamt al uit de dertiende eeuw. Het is de enige Nederlandse parochie met Sint- Oswaldus als beschermheilige. De reden dat ik voor deze grote, neogotische kerk sta, is geen leuke. Theo Peters, de vader van mijn voormalige vriend Niels, is plotseling overleden. En dit is zijn begrafenis.

De kerk zit vol. Maar is er een strikte verdeling. Directe familie zit voorin, met het gezin Peters op de voorste rij. Daarachter de broers en zusters van de overledene. Daar weer achter de rest van de familie, collega’s, vrienden en kennissen. Aan de zijkant, achterin, zitten wij, vrienden (uit het westen) en ongelovigen, van de twee volwassen kinderen van Theo. De kerk is typisch katholiek. Hoge, kleurige glas-in-lood ramen, veel grote, hoge kaarsen op standaarden, een grote orgel achterin. Beelden van Maria met Jezus is haar armen hangen aan de muren. Doordat de dienst een uitvaart is, staan er nu ook overal bloemen.

Wanneer de kist binnengedragen wordt door familieleden, zie ik dat er een zwart kleed op ligt, onder de gebruikelijke rouwbloemen. Dit is een baarkleed, een van de paramenten van de katholieke kerk. De stoet wordt voorgegaan door de priester met een witte pui aan en zodra de kist neergezet is, begint hij deze te besprenkelen met iets wat er voor mij uitziet als een toiletborstel. Later begrijp ik dat dit water wijwater, of heilig water, is en deze ‘borstel’ een wijwaterborstel heet. De dienst gaat in een waas aan mij voorbij. Er word veel gebeden, er worden veel verhalen uit de bijbel voorgelezen. Halverwege de dienst roept de priester iedereen naar voren voor een hosti. Iedereen in de kerk staat op, en loopt een voor een naar voren. Ze lopen op de priester af, stoppen een stukje in hun mond, slaan een kruis en lopen weer terug. Iedereen, behalve wij, die achterin de kerk zitten. Wij zijn allemaal niet gelovig, laat staan katholiek. Een vriend, die naast mij zit, fluistert in mijn oor: ‘Kyl, je kunt uit respect wel naar voren lopen, maar als niet-katholiek mag je het niet aannemen.’ We blijven uiteindelijk allemaal zitten. Dit zichtbaar tot onvrede van de rest van de aanwezigen in de kerk. We krijgen boze blikken.

Veel ruimte voor persoonlijkheid is er in de dienst niet. Vanuit de kerk is weinig ruimte voor eigen inbreng. Het gezin Peters was alles behalve religieus, maar omdat het ‘hoort’, omdat Theo anders niet in het familiegraf bijgezet mag worden, moet de dienst aan de strenge katholieke eisen voldoen en is het doordrenkt met Bijbelteksten en verwijzingen, verhalen, gebeden, liederen en onze lieve Heer. Wel wordt er erg de nadruk gelegd op de goede dingen die met Theo te maken hebben, omdat niet de afrekening met het oude leven, maar het begin van het nieuwe (de hemel, na de dood dus) het thema is bij een katholieke uitvaart. Na ruim 2,5 uur is de dienst in de kerk afgelopen en word deze afgesloten door de priester die weer met de borstel de kist besprenkelt en deze nu ook bewierrookt. Vervolgens lopen we in een lange stoet achter de kist aan, richting het kerkhof en het graf. Hier aangekomen staat de priester aan het voeteinde van de kist, waar er weer gebeden wordt en spreekt hij nog ruim een kwartier. Wat hier gezegd wordt, kan ik niet verstaan. De hele stoet heeft zich rondom het graf verspreid en ik sta ergens achteraan. Ik hoor later dat zijn laatste zin deze is: ‘Gij bent stof en tot stof zult gij wederkeren’, uitgesproken terwijl hij een hand aarde op de kist gooit. Hierna loopt hij alleen weg, en werpt iedereen een voor een bloemen in het graf.

Na bijna 3,5 uur zitten we aan de koffie en een broodje in een zaaltje, even verderop in het dorp. En tolt het in mijn hoofd. Ik heb vaker uitvaartdiensten meegemaakt, maar van deze weet ik niet goed wat ik moet denken. De dienst had alles met God en Jezus te maken, maar weinig met diegene waarvoor hij bedoeld was. Theo. En daar schrik ik van.

 

Weekopdracht 4. Islam

Een geloof, twee visies

Door Kylie Cowie

Arash Mohammed Azizi is 22 jaar en komt uit Alphen a/d Rijn. Hij woont nog thuis bij zijn ouders en is bezig met zijn laatste jaar Commerciële Economie in Den Haag.

Aan zijn naam is het al te horen, Azizi is niet geheel Nederlands. Hij legt uit: ‘Mijn ouders zijn uit Afghanistan gevlucht, maar ik ben hier wel geboren. Ik ben Islamitisch opgevoed. Het is mij met de paplepel ingegoten. Maar het is nooit een verplichtstelling geweest. Ik heb nooit gebeden, alleen tijdens de ramadan. Dan doe ik het dertig dagen lang en probeer ik, al naar gelang het lukt met school en werk, ‘s avonds naar de moskee te gaan, maar dat heb ik nooit gemoeten. Ik eet halal, maar voor zover dat lukt. Thuis eten we in ieder geval geen varkensvlees, maar als ik bij vrienden ga eten, dan eet ik wat de pot schaft. Ik laat ze geen rekening houden met dat het eten halal moet zijn. Ik geloof dat elk geloof iets voor jezelf moet zijn. Dat je je eigen voorwaarden moet hebben, met je eigen regels en interpretaties. Iedereen heeft zijn eigen geloof. Ik geloof dat er een God is, Allah, een hiernamaals, in de dag des oordeels en dat er voor iedereen vergiffenis is. De hemel is de mooiste plek die je je kunt bedenken en beschrijven. Maar hoe dat er exact uitziet, dat weet ik niet.’

Arash vind zichzelf geen goede moslim. ‘Ik bid niet vijf keer per dag, ik drink, ik heb seks voor het huwelijk. Maar dat ik geen goede moslim ben, betekent niet dat ik geen goed mens ben. Mijn ouders bidden wel vijf keer per dag, en soms kijken ze mij wel aan op bepaalde keuzes die ik maak. Maar het geloof wordt, en is, mij nooit opgelegd. Mijn ouders hebben mij altijd vrijgelaten om mijn eigen keuzes te maken. Zo heb ik al twee jaar een relatie met Zini, een Nederlands meisje dat niet Islamitisch is. Zij komt ook gewoon bij ons over de vloer, al weet ik dat mijn ouders liever zouden zien dat ik uiteindelijk met een moslim, of een Afghaanse trouw. Ik zit nog te twijfelen of ik dat later wil. Ik weet het niet. Al weet ik wel zeker dat wanneer ik kinderen krijg, ik die wel islamitisch wil opvoeden. Een hoofddoek vind ik persoonlijk niet nodig. Als je het niet goed kan, doe het dan niet. Ik zie zo vaak jonge meisjes rondlopen met strakke kleding aan, een dikke laag make-up en hoge hakken, maar wel met een hoofddoek. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op.’

Over ongelovigen, anders gelovigen en homoseksuelen is Arash heel duidelijk: je moet iedereen in zijn of haar waarde laten, ongeacht geloof, ras, sekse of voorkeur. ‘Ook met homo’s heb ik persoonlijk geen moeite. Ik heb er alleen niets mee, hoef het niet te zien.’

De positie van de vrouw binnen de Islam is altijd een veelbesproken onderwerp. Arash legt uit dat hij het van twee kanten ziet: ‘het ligt er erg aan, maar dat is met allerlei onderwerpen zo, hoe je de koran interpreteert. Voor mij is de vrouw gelijk aan de man. In onze familie is dat ook zo. Maar er zijn genoeg voorbeelden binnen de islamitische cultuur waarbij de vrouw wordt onderdrukt door de man en dat vind ik een erg kwalijke zaak. Ik ben er trots op dat ik moslim ben, maar soms heb ik momenten dat ik denk dat ik strikter moet worden. Ik zou ook een strengere moslim zijn als ik in een islamitisch land zou wonen, denk ik. Maar ik geloof er sterk in dat factoren van buitenaf invloed hebben hoe jij je geloof beleeft. Je ouders, je omgeving. Ik ben vrij opgevoed, ik woon in Nederland. Dus ik zie mijn manier van geloven niet snel veranderen, ik ben niet van plan om in een islamitisch land te gaan wonen.’

Lotte van Dam, 25 jaar, uit Arnhem, studeert Communicatiemanagement in Amsterdam. Haar verhaal is een heel andere dan die van Arash. Lotte is een ‘gewoon – blond haar, blauwe ogen- Nederlands meisje’, maar tegelijk ook een strikte moslim.

‘Ik ben net bekeerd. Vlak voor de ramadan ben ik officieel moslim geworden. Ik ben met mijn schoonmoeder naar de moskee gegaan, via de microfoon een kort gesprek gehad met de imam en ik werd opgenomen in ‘de familie’. Ik miste iets in mijn leven de afgelopen jaren. En dat ‘iets’ heb ik gevonden in religie. Het was de afgelopen jaren altijd een zooitje in mijn hoofd en sinds ik Allah heb gevonden, is dit niet meer zo. Ik ben ook al voor de islamitische wet getrouwd met mijn man, dus dat ik hem heb leren kennen en hij moslim is, heeft zeker met mijn keuze te maken, maar het is niet de voornaamste reden dat ik mij bekeerd heb. Hij heeft mij nooit onder druk gezet, hij heeft mij nooit gedwongen om mij te bekeren. Maar trouwen mocht ik niet met hem, als ik geen moslim zou zijn. En dit was voor mij wel iets belangrijks.’

Lotte is een stuk strikter dan Arash. ‘Het geloof betekent voor mij heel veel rust en liefde. Het is een soort richtlijn, ik ben er een beter mens door en ook het besef dat familie het allerbelangrijkste is in je leven. Ik bid vijf keer per dag, ga elke vrijdag voor het middaggebed naar de moskee, eet altijd halal en eet dus ook geen varkensvlees, drink geen alcohol en rook niet. En ik probeer zo goed mogelijk voor mijn man en familie te zijn. Ik heb meegedaan aan de ramadan. En dat was een hele rustgevende ervaring. Ik was erg zen. Doordat je niet overdag eet (of drinkt) merk je echt wat suikers met je lichaam doen. Ik had ineens rust in mijn lijf en je gaat veel filosoferen en nadenken over je leven, wat nooit kwaad kan. Een hoofddoek draag ik nog niet, omdat ik er nog niet zeker van ben. In de moskee draag ik hem natuurlijk wel, dat is verplicht, maar het voelt erg onwennig en het zit niet fijn. Het geeft een benauwend gevoel om je hoofd, ik word er zelfs een beetje paniekerig van. Mijn kleding is wel aangepast; ik draag geen rokken boven de knie, je ziet weinig blote huid, geen decolleté. Maar compleet bedekt gaat mij nu nog te ver.’

God, Allah, is voor Lotte de enige. ‘Hij is de almachtige. Ik geloof ook in de dag des oordeels en in het paradijs. Ik voel zelfs een soort signaal van Hem, wanneer ik iets fouts doe. Als ik uitval tegen mijn man bijvoorbeeld. Ik voel dan meteen dat ik fout zit en respect voor hem moet hebben. Ook heb ik het nu nog moeilijk. Ik sport momenteel veel, dat heb ik altijd gedaan. Maar sporten doe ik in een gemengde sportschool en daarbij voetbal ik op hoog niveau. Dit kan eigenlijk niet, omdat ik bijvoorbeeld kleding aanheb waarvan ik weet dat Allah het niet correct vind. Maar mijn bekering gaat in kleine stapjes, om alles in een keer drastisch te veranderen zou ook niet goed zijn.’

Lotte gelooft dat het heel veel mensen zou helpen als ze ook zouden geloven. ‘Drank, drugs en macht brengen zoveel haat en ellende met zich mee. Als iedereen zou geloven in Allah, zouden deze zaken er niet meer toe doen in de wereld en zou het een stuk vrediger zijn. Ongelovigen hebben Allah gewoon nog niet leren kennen. Maar dat komt wel.’

Over de positie van de vrouw is ook Lotte erg duidelijk, maar anders dan Arash: ‘de vrouw wordt absoluut niet onderdrukt in de Islam. Mannen moeten zich ook bedekken hoor, dat is niet alleen iets waar vrouwen zich aan moeten houden. Broeken mogen bij mannen ook niet boven de knie komen. Het draait in de Islam juist om de vrouw. Ik word door mijn man Ahmed behandeld als een prinsesje; dat ik beschermd word is geen beperking van mijn vrijheid.’

Tot slot hebben zowel Arash als Lotte dezelfde mening over de IS, een veelbesproken onderwerp in de media de afgelopen tijd. Beiden geven aan dat deze personen ‘een stelletje debielen zijn, die onzin uitkramen, de naam van Allah misbruiken en zeker geen moslim zijn’. En zo kunnen twee moslims, met een andere achtergrond en ideeën over hun geloof, het toch ergens over eens zijn.

 

Weekopdracht 5. Boeddhisme

Zitten als een berg, stromen als een loopneus

Door Kylie Cowie

Het ruikt er naar de sauna. De ruimte oogt knus, het licht is warm. Er liggen een twintigtal zwarte kussens, rondom, langs alle muren. Hierop nemen wij, de ongelovige sceptische journalistiekstudenten plaats. In een soort kleermakerszit met de knieën stevig in contact met de grond. ‘Zitten als een berg’, zoals Willem Scheepers, de zenmeester, het noemt. ‘Zitten als een berg, stromen als een rivier’; wanneer je stevig geaard op de grond zit, met een rechte rug, je armen losjes op je benen geplaatst, rustig in en uit ademt en je gedachten laat wegstromen, totdat je nergens meer aan denkt en mediteert.

In de ruimte staat naast een klankschaal, waar de zenmeester de meditatiesessie mee opent en afsluit door er drie maal (bij opening) en twee maal (bij afsluiting) op te slaan (er klinkt dan een soort gong), een soort kleine, houten bijzettafel. Daarop staat een vaas met bloemen. Gipskruid. En een bakje met wierrook. Aha, vandaar dat het ruikt naar de sauna.

Willem begint de workshop door het principe uit te leggen van wat hij hier eigenlijk doet. Hij legt uit dat zen zijn oorsprong heeft in China, zo’n 600 jaar na Christus. Dat het via de zijderoute vanuit India (waar Boeddha vandaan komt) in het oosten terecht is gekomen. ‘Wat meditatie eigenlijk is, is het weer leren te focussen. We krijgen tegenwoordig zoveel impulsen van buitenaf, we worden in deze tijd heel makkelijk getriggerd, dat het lastig is om je focus te behouden. Wat je als eerste moet leren is hoe je je bewustzijn weer thuis krijgt, hoe breng je je geest weer tot rust? Hoe breng je je aandacht weer naar het hier en nu. Het doel is niet zozeer rustig worden, maar het is een voorwaarde om zicht te krijgen op de keuzes in je leven. Waar ligt je hart? Door meditatie krijg je steeds meer helderheid; wat is van belang en wat niet. Je moet eerst rust krijgen voordat je helderheid kunt krijgen. Rust is dus het middel om het doel helderheid te krijgen’, aldus de zenmeester.

Vervolgens vertelt Willem dat je doormiddel van tellen, je de focus kunt behouden op het mediteren. Door je aandacht op het tellen te houden (een tel bij elke uitademing), kun je je makkelijker focussen en slip je minder snel weg. We beginnen. En, al verwacht ik het niet, het mediteren lukt mij. Ik zit sterk, voel mij sterk. Het gegiechel van een paar jongens tegenover mij haalt mijn concentratie een paar keer weg, maar uiteindelijk lukt het om mijn ‘hoofd leeg te maken’. Ik adem diep en rustig in, en diep en rustig uit. Adem in, adem uit, een, adem in, adem uit, twee, adem in, en mijn neus loopt vol. Ik ben afgeleid. Voorzichtig doe ik mijn ogen open. Iedereen zit in kleermakerszit, zen, in en uit te ademen. Die verdomde vaas met gipskruid staat recht voor mijn neus. En ineens besef ik mij waarom mijn ogen beginnen te jeuken, mijn neus volloopt en alle begint te kriebelen. Ik ben nogal allergisch voor gipskruid, dat was ik even vergeten. Zen blijven met een loopneus is niet te doen.

De volgende tien minuten, zit ik snoterend en al neus ophalend een stevig potje te balen. Wanneer Willem ons uit de meditatie haalt, voel ik mij allesbehalve zen. Ik ben opgefokt en gefrustreerd dat mijn lichaam het weer eens laat afweten. Tot overmaat van ramp begint dan het niezen. De ene na de andere nies verstoord het verhaal van de zenmeester. Ik schaam mij kapot, maar durf niet te vragen of dat nare kruid de kamer uitgegooid mag worden. Na wat voelt als een martelgang van een uur, is de workshop afgelopen en staan we weer buiten. Ik haal opgelucht adem. Mijn neus is weer vrij. En mijn gedachten ook. Meditatie moet ik voortaan maar in een ruimte doen zonder planten.

 

Weekopdracht 6. Hindoeïsme

Anjali & Hindoeïsme

Door Kylie Cowie

De Haagse Anjali Ramnandanlall, 24 jaar oud, is naast fotografe en studente journalistiek, ook Hindoe. ‘Ik ben opgegroeid met het Hindoeïsme, maar ook met het beeld dat het een levenswijze is en niet een geloof. Het mooiste aan deze levenswijze is dat je respect hebt voor iedereen. Het geloof heeft vele zijtakken. Ik ben opgegroeid als Arya Samaj. Mijn vader is meer Sanatan en mijn moeder meer Arya, dit kun je het beste vergelijken met Protestant en Rooms-katholiek, bij het Christendom. Maar dit heb ik niet in mijn opvoeding gemerkt. Veel hindoes hebben een favoriete God, die ze alleen aanbidden, maar wij, als gezin, aanbidden er niet persé alleen een. Of zoals sommige Hindoestanen doen meerdere. Die doen dan bijvoorbeeld elke dag van de week een ander. Nee, wij houden het vrij simpel en bidden gewoon tot ‘God’. Maar als ik toch een favoriet moet kiezen, dan is dat Lakshmi, de Godin van het licht. Dat komt doordat ik het gewoon iets positief vind, licht. Wellicht omdat ik niet van het donker houd.’

Het gezin Ramnandanlall viert eigenlijk maar twee van de vele feesten binnen het Hindoeïsme; Divali, het lichtjesfeest, en Holi Phagwa, het lente feest. Naarmate Anjali ouder wordt, des te meer ze gaat nadenken over het geloof en God. ‘Ik geloof heel erg in karma. Dus wie goed doet goed ontmoet. Ik ben heel open minded en sta dan ook open voor andere culturen, geloven en leefwijzen. Ik ben niet erg religieus. Maar de feesten Divali en Holi hoop ik mijn hele leven te blijven vieren. Maar zoals gezegd, het is voor mij een leefwijze. Ik ga niet naar de kerk, de mandir, of iets dergelijks. Ik ben dus geen praktiserende hindoe. Al zijn er wel bepaalde handelingen die ik belangrijk vind. Bijvoorbeeld wanneer we bidden op de feestdagen of tijdens crematies, dan wordt er geen vlees gegeten. Of bepaalde dingen die je niet met je voeten mag aanraken. Dit heeft weer met respect en karma te maken. En respect is vanuit mijn opvoeding, binnen ons gezin, ook los van het geloof, erg belangrijk.’

 

Weekopdracht 7. Spiritualiteit

‘Spiritualiteit is echt een kutwoord’

Door Kylie Cowie

De Utrechte Lars Ernesto Tukker is 34 jaar en werkt in de horeca. Maar een typische barman is hij zeker niet. Hij is namelijk niet alleen maar een flirtende, zuipende, feestende vrijgezel, in een stad met meer vrouwen dan mannen. Lars is spiritueel, mediteert en doet aan Reiki. Al vind hij zelf het woord spiritualiteit een ‘kutwoord’.

‘Spiritualiteit heeft naar mijn idee een erg negatieve associatie. Er zijn zoveel stromingen en dingen die spiritueel zijn. Hele mooie dingen, zoals Zen, meditatie en Reiki, maar ook dingen als witchcraft, heksen, en van die rare mannetjes die met konijnenpootjes dingen inzegenen enzovoorts. Ik noem mijzelf dus liever niet spiritueel, maar ben het eigenlijk wel. Ik ben in ieder geval niet religieus. Ik heb veel te maken met, en geloof erg in energie. Het is moeilijk om uit te leggen. Energie zit in alles en kan van alles zijn. Ook ben ik er niet heilig van overtuigd hoe het werkt; hoe meer informatie ik krijg, hoe meer vragen ik heb. Over de hele Kosmos. Ik sta sinds een jaar of 3,5 geleden heel anders in het leven dan voorheen. Ik ben mij ontzettend bewust geworden. Ik ben dingen allemaal los van elkaar gaan zien en ik heb mij leren focussen op het hier en nu en de dingen die er echt toe doen in mijn leven. Ik ben van geen enkele theorie honderd procent overtuigd, maar ik haal veel uit het Boeddhisme en oude Sanskriet teksten. Eckhart Tolle, de kracht van het Nu, heeft mij erg aangesproken en ook bepaalde kanten van ‘The Secret’. Ik verwerp niks, maar ik neem ook niks voor waar aan. Maar het gene dat mij het meest beïnvloed heeft, is Reiki. Via een collega ben ik daar op een gegeven moment mee in contact gekomen en dat heeft mijn leven echt omgegooid. Ik lag destijds zwaar met mijzelf in de knoop en hij heeft mij mijn leven in perspectief laten zien en leren relativeren. Zijn vriendin was bezig haar Reikidiploma’s te halen en moest mensen hebben om op te oefenen. Zij vroeg mij als persoon. Na die eerste sessie, waar ik erg sceptisch naartoe ging, maar heel rustig en als herboren uitkwam, voelde het alsof ik een week had geslapen. Ik ben mijzelf meteen gaan verdiepen in het onderwerp. Eerst door veel te lezen, maar uiteindelijk door meerdere cursussen te volgen en mijn eigen diploma’s te halen.’

We lopen naar de logeerkamer in zijn huis. Middenin de vrijwel lege kamer staat een massagetafel. Lars gaat erop liggen en ik neem plaats op een stoel naast hem. Hij sluit zijn ogen, en legt zijn handen op zijn gezicht. Langzaam beweegt hij zijn handen, met zijn palmen op zijn lichaam, over zijn lichaam, tot zijn buik en lies. Steeds als hij bij een nieuw lichaamsdeel komt, blijven zijn handen daar even liggen. De sessie duurt ongeveer een half uur. Ik zie niets veranderen aan hem. Hij gaat niet trillen, of zwaarder ademen, of hyperventileren, hij blijft de hele tijd rustig en onveranderd liggen. Wel straalt hij veel rust uit. En lijkt hij erg gelukkig te zijn. ‘Ik voel zelf wel veel, maar dat kun jij niet zien,’ legt hij mij uit. ‘Ik kan het het beste beschrijven alsof er een stroom lauw water uit mijn hand vloeit. Dat is de energie. Ik ben nu een stuk rustiger dan voordat ik begon. En ik weet uit ervaring dat die rust zeker een week blijft hangen, wat een erg fijn gevoel is.’

Lars heeft mij erg nieuwsgierig gemaakt en ik vraag hem of hij een sessie met mij wil doen. Hij schudt zijn hoofd. ‘Nee, daarvoor ken ik je niet goed genoeg. Ik voel en weet dat jij ook met oude pijn zit en ik ben bang voor de gevolgen van een sessie. Zoiets kan veel teweeg brengen. Maar ik denk dat je er zeker profijt van zou hebben. Zullen we elkaar dan maar snel beter leren kennen?’, zegt hij met een knipoog.

 

Comments are closed.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.