Weekopdracht 1
“Het geloof was voor ons pure nieuwsgierigheid”

“Wat ik met het geloof heb?” antwoordt Hans, mijn vader lachend. “Nou, niets. Ik zat vroeger op een katholieke basisschool, meer niet. En eigenlijk zat ik daar alleen op omdat dat de dichtstbijzijnde school was.” Ook zijn ouders, mijn opa en oma dus, hebben geen religieuze wortels. En hoewel dat best vooruitstrevend is voor die tijd, verbaast Hans zich er totaal niet over. “Waarom zou je een religie moeten hebben? Bij ons speelde dat helemaal geen rol. We waren een hardwerkende familie, we zouden helemaal geen tijd hebben gehad voor al die onzin.”

Van mijn wat norse, niet zo ruimdenkende vader ga ik met dezelfde vraag naar mijn moeder, benieuwd of zij dezelfde mening deelt. “Nou, daar kan ik je wel wat meer over vertellen dan je vader hoor,” zegt ze met een grijns op haar gezicht. Gelukkig maar, denk ik terwijl ze haar verhaal begint. “Ik ben een tijdje naar de kerk gegaan op zondag, en heb ook nog een jaar of twee bij de Jehova Getuigen gezeten.” Verbaasd kijk ik mijn moeder, Anita, aan bij de woorden Jehova en Getuigen. Op de manier hoe ik haar nu zie, kan ik me er geen voorstelling bij maken dat zij ooit kracht uit putte uit dat geloof. “Het was meer dat ik me er toen ik een jaar of twintig was uit pure nieuwsgierigheid bij aansloot. Een destijds goede vriendin van mij had me overtuigd erbij te komen, maar het bleek helemaal niets voor mij te zijn. Ik was een feestbeest, wilde het leven vieren, uitgaan, en dat kan met dat geloof allemaal niet meer.”

Ook tijdens haar jeugd is Anita niet met het geloof overspoeld. Hoewel haar vader, mijn opa, streng katholiek was opgevoed, heeft hij de keuze gemaakt dit niet door te geven aan zijn kinderen. “Je oma had niets met het geloof, wat voor je opa misschien ook wel de doorslaggevende factor was om het katholicisme niet te betrekken bij onze opvoeding. Wel gingen we af en toe naar de kerk hoor, maar dat was meer omdat je opa dit graag wilde en wij stiekem ook wel nieuwsgierig waren.” Die nieuwsgierigheid leek bij mijn moeder iets verder te gaan dan bij de rest van haar broers en zussen, wat tot uiting kwam toen ze zich rond haar achtste aanmeldde voor de jeugdclub van de katholieke kerk. “Je opa vond het fantastisch dat ik erheen ging, en zelf vond ik de verhalen die ze er vertelden erg mooi. Maar dat was niet het enige hoor,” zegt ze lachend. “Eigenlijk deed ik het vooral voor de gratis roze koek die je er kreeg, die we thuis bijna nooit hadden omdat er simpelweg geen geld voor was.”

Weekopdracht 2
De verloren jood van Groningen

Jacob de Vries (34) woont sinds vijf jaar in Amsterdam na jaren in een klein dorpje in Groningen te hebben gewoond. “Ik sta hier niet meer bekend als ‘de jood’, maar ben gewoon Jacob en vaak zelfs volledig anoniem.” Heerlijk vindt Jacob het, om in een grote stad te wonen waar niet iedereen elkaar kent. Tot voor kort zei hij tijdens het boodschappen doen vrijwel iedere klant in de supermarkt gedag, maar nu kan hij gewoon ongestoord doorlopen wanneer hij met zijn karretje van de groente- naar de zuivelafdeling loopt. “Je krijgt in zo een dorpje al snel zo een bijnaam, vooral als je iets bijzonders hebt of bent of wat dan ook. Zo waren ik en mijn familie ‘de joden’, omdat we officieel joods zijn. Na al die jaren daar gewoond te hebben was ik er zo rond mijn dertigste wel klaar mee. Ik wilde iets van mijn leven maken zonder die eeuwige stempel die vanaf mijn geboorte al op me was gedrukt.”

Dat gaf voor Jacob de doorslag om naar de stad te verhuizen waar je zo anoniem kan zijn als je maar wilt: Amsterdam. Op zijn negenentwintigste pakte hij zijn spullen en vertrok naar de hoofdstad, waar hij nu iets langer dan vijf jaar woont. “Soms mis ik het wel om dichtbij mijn familie te zijn. Joodse gemeenschappen, of je nou echt gelovig bent of niet, zijn vaak heel hecht. Wij ook. Van jongs af aan kwamen we vaak bij elkaar. We zongen liedjes, luisterden naar verhalen van mijn oma en opa en deden spelletjes. Het was altijd heel gezellig. Die cultuur zit er gewoon helemaal in, en dat houdt ons ook bij elkaar ook al woon ik nu aan de andere kant van het land.”
De oma en opa van Jacob zijn na de Tweede Wereldoorlog van het geloof afgestapt, maar de tradities en de joodse cultuur zijn nooit verdwenen. “Mijn oma en opa hebben na de oorlog afstand genomen van het geloof. Daardoor is het geloof zelf niet doorgegeven aan mijn ouders en dus ook niet aan mij. Maar de tradities zijn er altijd in gebleven,” lacht hij. “We vieren altijd heel uitgebreid de feestdagen, we slaan er geen één over.”

Ook al gelooft de vierendertigjarige Amsterdammer niet, hij interesseert zich sinds kort wel degelijk in het jodendom als geloof. Op de salontafel liggen twee boeken die hij twee maanden terug heeft aangeschaft. “Mijn hele leven sta ik al bekend als ‘de jood’, maar eigenlijk weet ik niet heel veel meer dan dat. Ik heb nooit echt veel over het geloof zelf geleerd omdat ik er niet mee opgevoed bent. Toch was ik er altijd heel nieuwsgierig naar, dus ik heb wat boeken aangeschaft om er wat meer over te leren. Bij mijn oma en opa hoefde ik vroeger in ieder geval niet aan te kloppen, die praatten er helemaal niet graag over.” Hoewel Jacob nu in Amsterdam woont en het er reuze naar zijn zin heeft, komt hij natuurlijk nog vaak over de vloer bij zijn familie in Groningen. “Mijn naam daar is nu veranderd in de ‘verloren jood’. Tja, daar kom je niet zomaar vanaf.. het hoort erbij denk ik,” zegt hij dan hoofdschuddend en lachend tegelijk.

Weekopdracht 3
De Graankorrel

Een gemengd publiek, jong en oud, begeeft zich op zondagochtend naar de Graankorrel te Hoofddorp. De kerk lijkt vanaf de buitenkant in de verste verte niet op een kerk zoals we die allemaal kennen, sterker nog: de kerkdienst wordt gehouden op mijn middelbare school. Een nieuw, modern gebouw met een fietsenstalling op het dak in plaats van op de grond. Het voelt, omdat ik het gebouw al ken, vertrouwd maar tegelijkertijd ongemakkelijk om naar binnen te lopen. De zaal, voor mij beter bekend als de aula, ziet er simpel aangekleed uit. Het is niet dat er geen aandacht aan besteed is, want er hangen sfeervolle doeken bij het podium en ook de stoelen staan netjes op een rijtje. Het zijn waarschijnlijk eerder de beperkingen van de locatie die de simpelheid met zich meebrengen.

De dienst begint met vrolijke muziek, waarbij iedereen uit volle borst meezingt terwijl de piano en de trompet, de enige aanwezige muziekinstrumenten, het gezang leiden. Wanneer het gezang het einde nadert, loopt de pastoor het podium op om de bezoekers welkom te heten in de christelijk gereformeerde kerk. Na zijn korte welkomstwoord volgt er opnieuw gezang, wat voor mij amper verschilt van het eerste lied dat ten gehore gebracht werd.

Wanneer de pastoor de Bijbel erbij pakt verschijnt er bij veel aanwezigen een serieuze uitdrukking op het gezicht. Sommigen pakken zelf de Bijbel erbij, anderen veranderen nog even van houding om zo schijnbaar beter naar de woorden van de pastoor te kunnen luisteren. “Voordat we samen in de Bijbel gaan lezen, willen we samen bidden. Bid u mee?” vraagt de pastoor op een vriendelijke toon. Het duurt niet lang of iedereen sluit de ogen en buigt het hoofd naar beneden terwijl er aandachtig geluisterd wordt naar de gemoedelijke woorden van de pastoor. Vervolgens wordt de dienst weer hervat met muziek, en opnieuw zingt iedereen zonder problemen mee. De rest van de dienst wordt afgewisseld met verhalen uit de Bijbel, waarbij vooral de woorden ‘de kracht van God’ de rest van de dag nog lang blijven nadreunen.

Het blijkt al met al lastiger dan gedacht om als ongelovige je aandacht erbij te houden tijdens een kerkdienst. En dat terwijl de bezoekers me af en toe vriendelijk toefluisterden wat een voor mij onbekende term precies betekende, en de pastoor de bezoekers goed bij de dienst betrok. Voor herhaling vatbaar? Nee, maar een bijzondere ervaring was het zeker.

Weekopdracht 4
De regels van de Koran: niet voor iedereen hetzelfde

Moslim zijn is niet voor iedereen hetzelfde. Net als in bijvoorbeeld het christendom heb je verschillende stromingen, waarbij de één strenger gelovig is dan de ander. Dit verschil is duidelijk te merken onder Turkse en Marokkaanse vrouwen, meldt het Sociaal Cultureel Planbureau. Zo zijn Turkse vrouwen vaak veel minder streng gelovig dan Marokkaanse vrouwen, en nemen Turkse vrouwen het niet zo nauw met de regels die de Koran voorschrijft. Ik nam de proef op de som en sprak Aïsha en Souad over de islam.

Aïsha (21) is Turks, draagt geen hoofddoek, rookt dagelijks gewoon een pakje sigaretten op, en wil ook nog wel eens een avondje gaan stappen zonder moeilijk te doen over een alcoholische versnapering. Een groot verschil met de van oorsprong Marokkaanse Souad (27), die tot een paar jaar terug nog super streng gelovig was en er niet aan moest denken een skinny jeans aan te trekken. “Ik was op vakantie in Marokko en was heel close met een jongen. We zouden gaan trouwen en hadden al allerlei plannen tot ik erachter kwam dat hij tegelijkertijd met een ander meisje bezig was. Om een lang verhaal kort te maken sloeg ik daardoor helemaal door en was het op een gegeven moment zo erg dat ik met een mes ons huis verliet, om haar op te gaan zoeken,” vertelt ze. “Mijn vader kwam daarachter en toen ik die avond terugkwam zei hij: ‘Je gaat je spullen pakken. Je vliegtuig naar Nederland vertrekt vanavond.’ Zes weken Marokko werden voor mij tien dagen Marokko. In Nederland kon ik niets anders dan nadenken en malen en zo veranderde ik in een strenge moslima. Een paar weken later werd ik beroofd op de markt van mijn tas. Normaal zou ik gek worden want ik wist wie het had gedaan. Maar toen kon ik niets anders dan netjes vragen: ‘Mevrouw, zou ik alstublieft mijn tas terug mogen hebben?’ Echt belachelijk nu ik er zo over nadenk,” zegt ze dan hardop lachend. Ook voor deze fase in haar leven heeft haar vader een stokje gestoken. “Ik had alleen maar van die lange rokken en zo aan. Mijn vader vond het op een gegeven moment wel mooi geweest en beval me letterlijk om die skinny jeans weer uit de kast te pakken en iets gezelligs te gaan doen met vriendinnen.”

Aïsha heeft zo een fase in haar leven nooit gekend. Toch noemt ze zichzelf moslim, ondanks dat ze de regels van de Koran niet altijd naleeft. “Moslim zijn is niet alleen maar jezelf braaf aan de regels houden. Het is meer een gevoel denk ik. Vind ik. Turkse vrouwen zijn er sowieso anders in dan bijvoorbeeld Marokkaanse, we zijn vaak veel moderner. Mijn moeder komt uit Istanbul en daar heeft niemand een hoofddoek. Of ja, bijna niemand. We doen wel mee met de ramadan en zo, en eten geen varkensvlees. Maar voor ons is het denk ik meer een geloof dan dat het echt je cultuur en je eigen ik beïnvloedt.”

Onzin, vindt Souad, die door de strenge periode in haar leven de Koran zowat uit haar hoofd kent. “De Koran is er niet voor niets. Het is niet zomaar dat je kan zeggen dat je in Allah gelooft terwijl je de regels uit de Koran niet eens serieus neemt. Dan neem je het geloof toch ook niet serieus? Echt super vreemd, ik heb daar geen woorden voor, sorry.”

Weekopdracht 5
Zen- of stressmeditatie?

Wanneer ik mijn schoenen netjes heb uitgetrokken wandel ik de zaal gevuld met tientallen kussens langs de muren binnen. Veel van mijn klasgenoten waarmee ik samen op excursie ‘zenmeditatie’ ben zitten al netjes op hun kussen. Ook ik nestel mezelf soepel op de drie opgestapelde kussentjes, waarna ik een kleermakerszithouding aanneem en mijn rug recht. Ik voel me al bijna een ware boeddhist, al bijna helemaal zen. Bijna. Wanneer onze zogenoemde zenmeester na het geven van wat informatie en een aantal waardevolle tips (tel je ademhaling, dwing jezelf niet om aan niets te denken want dat gaat uiteindelijk vanzelf) op de klankschaal slaat en de gong klinkt, kan het mediteren pas echt beginnen.

Hoewel het wat onwennig voelt, leg ik braaf mijn handen op mijn knieën en sluit ik mijn ogen. ‘Oke: nergens aan denken’, is het eerste wat ik denk. ‘Je kan dit best. Lekker zen Mariël, lekker zen.’ Maar mijn gedachten dwalen af. Constant weer. Naar mijn werk, naar de duizend-en-één dingen die ik nog moet doen, naar wat ik vanavond ga eten, naar dat ik zo een zin heb om volgende week te gaan verhuizen. Ik word gek en constateer dat nergens aan denken me juist aan alles laat denken. Poging twee dan maar: ademhaling tellen. Klinkt simpel, moet lukken. Wanneer ik bij mijn vierde inademing aankom, hoor ik het geluid dat deze hele mediteersessie doet mislukken: de druppel. ‘Drup’. ‘Adem in … adem uit’. ‘Drup’. Adem in .. ade’. ‘Drup.’ ‘Ade’. ‘Drup.’

Ik blaas geïrriteerd door mijn neus en leg mijn slapende benen in een andere houding. “Het is het beste wanneer je hetzelfde blijft zitten gedurende de meditatie”, klinkt dan uit de mond van de zenmeester. Met mijn o-zo gevreesde doodsblik kijk ik hem aan. Hij kijkt niet terug. Jammer. Heeft hij enig idee hoe ontzettend lastig deze opdracht is? Met die irritante druppel? En die vervloekte kleermakerszit?

Boos staar ik voor me uit terwijl ik terugdenk aan hoeveel zin ik had om helemaal zen te worden. Even helemaal aan niets te denken, geen zorgen aan je hoofd te hebben en eindelijk eens ontdaan te zijn van die eeuwige stress. Wat ik nu meemaak gaat tegen al mijn verwachtingen in. Dit is geen zen-, maar stressmeditatie. Niks geen rust en vrede, maar juist de plots opspelende drang om te gaan sporten. En ik haat sporten. Opnieuw worden mijn gedachten verstoord, dit keer niet door de druppel, maar door de gong die ons vertelt dat het kwartier mediteren om is, en mijn zorgen, gedachten en ik eindelijk weer samen door één deur kunnen zonder dat we ons daar ook weer zorgen over moeten maken.

Weekopdracht 6
Ik en mijn god
Shresta (23) woont haar hele leven al in Haarlem en studeert dit jaar af aan de studie econometrie op de universiteit. Ook heeft ze al een baan gevonden nadat ze vrijwillig stage is gaan lopen bij een bedrijf tussen haar studie door voor een halfjaar. Typisch Shresta, die dit succes volgens zichzelf te danken heeft aan haar geloof, het hindoeïsme, waarbij hard werken, succesvol zijn en voor aanzien zorgen een belangrijk punt lijken te zijn.

Wat betekent het hindoeïsme voor jou?
“Het geloof heeft er altijd voor gezorgd dat ik op alle punten in dit leven zo goed mogelijk wil presteren. Mijn studie en mijn werk zijn heel belangrijk voor me. Maar dat is niet het enige hoor. Het geloof zorgt voor heel veel rust in mijn leven. Ik weet dat het belangrijk is goed te leven en goed te doen, want dat geeft je een goed karma. Iedere week ga ik langs bij mijn oma, die niet veel meer kan omdat ze niet goed te been is. We gaan dan bijvoorbeeld samen even naar het bos of gezellig samen ergens lunchen. Hindoe zijn maakt me een beter mens.”

Welke god is jouw favoriet?
“Ganesha. Zonder twijfel.”

Waarom?
“Wij zijn Ganesha als de god van de wijsheid. Ik vind studeren en succesvol zijn in het leven heel belangrijk en heb in deze periode van mijn leven heel veel nieuwe dingen die ik meemaak, dus Ganesha past wel heel goed bij me. In mijn kamer heb ik ook veel afbeeldingen van hem hangen en mijn nicht heeft toen ze vorig jaar naar India was geweest een heel mooi beeldje voor me mee genomen. Het verhaal achter Ganesha vind ik ook heel mooi en bijzonder, dus dat zorgt er eigenlijk ook wel voor dat het echt mijn favoriet is. Hoewel er ook anderen zijn die heel veel voor me betekenen hoor!”

Wat is het verhaal achter Ganesha?
“Ganesha is de zoon van Shiva en Parvati. Shiva is de god van de vernietiging, en in eerste instantie heeft hij Ganesha ook vernietigd. Vandaar dat hij een olifantenkop heeft in plaats van een hoofd met een menselijke vorm. Nadat Shiva een dienaar van Parvati had genegeerd en gewoon naar binnen was gestormd, trof hij Parvati naakt aan in de badkamer. Omdat Parvati hier totaal niet van gediend was maakte ze Ganesha tot haar dienaar. Hij mocht niemand binnen laten. Ganesha hield zich aan zijn woord en liet Shiva niet binnen. Shiva had te laat door dat Ganesha eigenlijk zijn zoon was die hij nog niet had erkend, en sloeg zijn hoofd eraf. Parvati zag dit en begon te schreeuwen en te gillen en was in alle staten. Shiva vroeg daarop aan zijn dienaren het eerste het beste hoofd dat ze tegenkwamen naar hun te brengen, om Ganesha in leven te houden. De dienaren kwamen terug met een olifantenkop. Bijzonder toch?”

Weekopdracht 7
Energy healing: een ongeloofwaardig snelle geneeswijze

“Goed, wie voelt zich geroepen als eerst plaats te nemen?” vraagt Tim, de man die ons vandaag allemaal gaat genezen van onze kwaaltjes. Direct schieten er een aantal vingers de lucht in. De kamer gevuld met vier vrouwen van zo rond de 40 á 50 jaar wachten in spanning af wie er als eerste zal worden uitgekozen.

Het is donderdagmiddag en over de Amsterdamse markt krioelt het van de mensen terwijl een paar meter verderop een healing plaatsvindt. Tim, de healer, voert wekelijks healingsessies uit. Een healing houdt het schoonmaken van je chakra’s en je aura in, waarbij de zelfhelende vermogens van het lichaam worden geactiveerd die het contact met je vitaliteit en innerlijke kracht herstellen. Normaal gesproken wordt de sessie individueel uitgevoerd en duurt het zo’n halfuur per persoon. Vandaag duurt de healing korter en zijn er meerdere mensen bij. “We zitten overvol, vandaar,” verklaart Tim.

Francine (44) heeft hoge verwachtingen van de healingsessie. “Mijn zus is er twee jaar geleden van genezen. Ze had last van haar darmen, maar dat was een maand na de healing helemaal verdwenen. Bizar toch? Dus ja, ik denk wel dat het mij ook kan helpen.” Zelf voelt Francine zich vaak heel erg moe, zelfs als ze goed geslapen heeft. Bloed laten prikken heeft ook niet geholpen. Daarom hoopt ze met de healing eindelijk eens resultaat te bereiken. Tim vraagt Francine plaats te nemen op het ligbed, en vraagt haar naar de reden waarom ze de healingsessie bezoekt. Vervolgens legt hij nog eens haarfijn uit wat healing precies inhoudt.

“Healen doe je altijd zelf. Healers zijn er enkel en alleen om het lichaam te helpen met de weg vrij te maken in het energieke systeem. We kunnen je omhullen met goede energieën en goede energieën het lichaam in ‘blazen’. Maar uiteindelijk wil ik nogmaals benadrukken dat je het altijd zelf bent die het lichaam weer ‘geneest’. Niet wij. Oke. We gaan beginnen.” Tim legt een lapje over Francine haar ogen waardoor ze niets meer kan zien. Vervolgens begint hij met het verplaatsen van de energie door middel van eigenlijk enkel en alleen het bewegen van zijn armen en handen. Soms voelt het wat onwennig en valt het moeilijk te geloven dat hiermee alle negatieve energie uit Francine haar lichaam kan verdwijnen. Het is dat de rest van de vrouwen erbij zitten waardoor het voor Tim een soort verplichting is de bewegingen te maken, anders had hij in principe zomaar weg kunnen lopen om een kopje koffie te gaan drinken. Wanneer de sessie klaar is en Tim genoeg energie heeft verplaatst na ongeveer tien minuutjes, vraagt hij Francine hoe ze zich voelt. En jawel, uiteraard voelt Francine zich een stuk beter. Ze straalt wanneer het lapje voor haar ogen wordt verwijderd en ze ons aankijkt. “Het was fantastisch,” zegt ze zuchtend met een grote glimlach rond haar lippen. Dan neemt ze weer plaats op haar oude plekje en is de volgende aan de beurt.

 

 

Comments are closed.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.